Het begrip
dB(A)
Geluidniveaus in decibel
Geluid wordt fysisch gekenmerkt door sterkte en toonhoogte. De sterkte van het geluid wordt uitgedrukt in decibel (dB). Omdat de luchttrillingen bij harde geluiden vele miljoenen malen heviger zijn dan bij zachte, is de decibel een logaritmische verhoudingswaarde in plaats van een rechtlijnige maat.
Het geluid van verkeer op een weg
is samengesteld uit verschillende toonhoogten. Het menselijk gehoor neemt
midden en hoge tonen beter waar dan lage en zeer hoge tonen van eenzelfde
sterkte. Met deze selectieve gevoeligheid van het gehoor wordt rekening
gehouden door het toepassen van een zogenaamd A-filter in de meetapparatuur. De
geluidsterkte wordt dan uitgedrukt in dB(A).
Omdat de decibel een logaritmische
eenheid is, mogen we deze niet zomaar optellen en aftrekken. Als twee
personenauto’s elk een geluidniveau van 80 dB(A) produceren, is hun
gezamenlijke geluidniveau geen 160 dB(A) maar 83 dB(A). Twee even sterke geluidbronnen
veroorzaken samen slechts 3 dB(A) meer dan één afzonderlijk.
Als een zware vrachtauto een
geluidniveau van 90 dB(A) produceert en we tellen de passerende personenauto
van 80 dB(A) daarbij op, dan komen we uit op een geluidniveau van 90,4 dB(A).
De personenauto verhoogt het geluidniveau nauwelijks; de bepalende geluidbron
is de vrachtwagen.
Bovenstaand principe geldt ook
voor verkeersstromen. Als we de verkeersintensiteit op een weg halveren, dan
wordt een geluidvermindering van 3 dB(A) bereikt. Een verdubbeling van de
verkeersintensiteit levert 3 dB(A) meer op.
Een verandering van 3 dB(A) is
voor het menselijk oor maar net vast te stellen. Pas een verschil van 5 dB(A)
is goed waarneembaar. En een geluid met een 10 dB(A) lager niveau horen we als
half zo luid. Om die halvering van het lawaai te bereiken moeten we de
verkeersintensiteit door tien delen. Andersom: van een verdubbeling van het
geluid is sprake als de verkeersintensiteit met een factor tien toeneemt.
Geluidbelasting door verkeer op
een weg
Als gevolg van het passeren van
voertuigen varieert het geluidniveau langs een weg voortdurend. Het is
gebruikelijk om bij wegverkeer het verloop van het geluidniveau over een
langere tijd vast te leggen. Hieruit wordt dan een gemiddelde waarde bepaald,
het zogenaamde equivalente geluidniveau LAeq. Het LAeq heeft dus steeds
betrekking op een bepaalde periode: een uur, een dag of een nacht.
Het etmaalverloop van het LAeq
bij verkeerswegen laat een minimum zien gedurende de nacht en een maximum
tijdens de spitsuren. Volgens de Wet geluidhinder moet het LAeq voor
twee perioden worden bepaald: de dagperiode (van 7 – 19 uur) en de nachtperiode
(van 23 – 7 uur). Om de nachtwaarde vergelijkbaar te maken met de dagwaarde
wordt die met 10 dB(A) verhoogd. Vervolgens bepaalt de hoogste van die twee
waarden de zogenaamde etmaalwaarde. Het is de etmaalwaarde die wordt getoetst
aan de in de Wet geluidhinder opgenomen grenswaarden.
Geluidproductie door motorvoertuigen
Hoeveel geluid een (motor)voertuig
produceert, wordt voornamelijk bepaald door het type voertuig, de rijsnelheid
en de soort wegverharding. Naast het motorgeluid draagt ook het zogenaamde
“rolgeluid”, veroorzaakt door de banden, bij aan de totale geluidproductie.
In het stadsverkeer overheerst
meestal het motorgeluid, tenzij het klinkerwegdek betreft. Naarmate de
snelheden hoger worden, neemt het bandengeluid toe. Op auto(snel)wegen is het
bandengeluid overheersend, zowel bij personenauto’s als vrachtauto’s.
Bij 50 km/uur gemiddeld kunnen we,
uitgaand van asfalt, de geluidproductie van een middelzware vrachtwagen gelijk
stellen aan die van 13 personenauto’s, Van één zware vrachtauto is de
geluidproductie zelfs gelijk aan die van 40 personenauto’s! Dit betekent dat een
middelzware vrachtauto gemiddeld 11 dB(A) meer en een zware vrachtauto
gemiddeld 16 dB(A) meer geluid veroorzaakt dan een personenauto. Het effect
hiervan is dat het vrachtverkeer reeds bij een aandeel van 10 procent in de
verkeersstroom het totale geluidniveau bepaalt.
Motoren en brommers zijn eveneens
sterke geluidbronnen. In het gebruik op de weg produceren zij gemiddeld ca. 10
dB(A) respectievelijk 7 dB(A) meer dan personenauto’s
Geluidoverdracht
De overdracht van geluid in de
open lucht wordt beïnvloedt door een aantal factoren. Naarmate de afstand tot
de bron toeneemt, wordt de geluidenergie over een groter oppervlak verdeeld.
Daardoor neemt het geluidniveau af. Elke afstandverdubbeling tot een
verkeersweg als bron geeft een geluidvermindering van 3 dB(A). Het vergroten
van de afstand sorteert het meest effect in situaties relatief dicht bij de
weg. Een afstandsvergroting van 20 naar 40 meter geeft een niveauverlaging van
3 dB(A), terwijl een wijziging van 200 naar 220 meter slechts een verlaging
geeft van 0,4 dB(A).
Andere factoren die de
geluidoverdracht beïnvloeden zijn meteorologische omstandigheden, waarbij wind
en temperatuur een belangrijke rol spelen. De windrichting en –snelheid is van
grote invloed op geluidoverdracht op grotere afstand (> 50 meter). Er kunnen
daardoor verschillen optreden van maar liefst 10 – 15 dB(A).
Tenslotte kan het geluidniveau nog
aanzienlijk verminderd worden door obstakels zoals gebouwen, geluidschermen en
aarden wallen.
Effecten van maatregelen tot
vermindering van geluid
Verlaging van verkeersintensiteit. We
hebben al gezien dat dit betrekkelijk weinig effect sorteert. Als de
verkeerssamenstelling (verhouding personenauto’s en vrachtwagens) gelijk
blijft betekent halvering van de
intensiteit een geluidsverlaging van 3 dB(A). Een afname van 20 – 25 procent
geeft slechts een reductie van 1 dB(A).
Verlaging van de snelheid. Vanaf 50 km/uur en een vrachtwagenpercentage van minder
dan 10% geeft een snelheidsverlaging van 10 km/uur een geluidsverlaging van
ongeveer 1 dB(A). Snelheidsverlaging is niet altijd effectief. Bij lage
snelheden en relatief veel vrachtverkeer is het akoestisch effect van
snelheidreductie gering of zelfs negatief.
Wijziging in de verkeerssamenstelling. Met vermindering van het vrachtwagenaandeel kan ook een
geluidreductie worden bereikt. Halvering
van het vrachtwagenaandeel levert een geluidsreductie op van 2-3 dB(A). Bij
snelheden boven 80 km/u is het effect echter slechts 1 dB(A).
Geluidarm wegdek. Het effect van geluidarme asfaltsoorten als ZOAB is
afhankelijk van de rijsnelheid en het aandeel van het vrachtverkeer. In
stedelijke situaties is de reductie ten opzichte van normaal asfalt ca. 2
dB(A); op autosnelwegen kan dit oplopen tot ca. 3 dB(A).
Geluidschermen. Van een 1,5 meter hoog geluidscherm op korte afstand van
de weg kan een geluidreductie worden verwacht van ten hoogste 5 dB(A).
Verdubbeling van de schermhoogte tot 3 meter boven het wegdek resulteert in een
vermindering van 5-10 dB(A). Met een 6 meter hoog scherm kan de geluidbelasting
met maximaal 15 dB(A) worden teruggebracht. Op grotere hoogten (hogere
verdiepingen van woningen of flatgebouwen) neemt het effect van zo’n scherm
weer sterk af; zodra de weg vanuit het standpunt over het scherm heen weer
zichtbaar is, is het effect nul.
Bovenstaande gegevens zijn
ontleend aan een publicatie over geluidhinder wetgeving van de Nederlandse
Stichting Geluidhinder (NSG).